Menu
PORTFOLIO ACCESS
Hervorming van het erfrecht

Hervorming van het erfrecht

Hervorming van het erfrecht : extra time voor de verklaring tot behoud

In onze Focus. - nieuwsbrief van oktober 2017 hebben we de krachtlijnen toegelicht van het nieuwe erfrecht zoals dat zal in werking treden vanaf 1 september 2018. Oorspronkelijk was voorzien dat u tot 31 augustus van dit jaar de tijd zou hebben om een ‘verklaring tot behoud’ af te leggen waardoor de nieuwe waarderingsregels voor in het verleden gedane schenkingen niet zullen spelen bij het openvallen van een nalatenschap en bijgevolg de bestaande waarderingsregeling ook in de toekomst zal blijven gelden. Onder meer vanuit de Federatie van het Notariaat werd gesteld dat die termijn te kort is en werd er op aangedrongen om iedereen wat langer bedenktijd te gunnen. Er ligt nu een voorstel op tafel om deze deadline te verschuiven naar 1 maart 2019 (of misschien zelfs 31 augustus 2019); het parlement zal hierover nog beslissen vóór het in zomerreces gaat.

Waarover gaat het?

Eén van de belangrijkste punten van discussie bij het openvallen van een nalatenschap is de manier waarop in het verleden geschonken goederen dienen te worden gewaardeerd. Vaak is alles nog peis en vree binnen een familie zolang de ouders in leven zijn, maar eens er een overlijden plaatsvindt, is het schering en inslag dat er discussies ontstaan m.b.t. de te verdelen erfenis en dit zal nog meer het geval zijn wanneer er reeds vroeger schenkingen hebben plaatsgevonden. Een ‘succesrecept’ waardoor later quasi gegarandeerd problemen zullen ontstaan, was aan elk van de kinderen een schenking te doen die weliswaar van gelijke waarde is maar anders van samenstelling, bijvoorbeeld de dochter krijgt een bouwgrond en de zoon de tegenwaarde in geld.

Aan kinderen wordt meestal, om de gelijkheid tussen de erfgenamen te bewerkstelligen, geschonken ‘als voorschot op erfdeel’. Ook als men niets uitdrukkelijk zou bepalen, worden schenkingen aan afstammelingen vermoed te zijn gedaan als voorschot op erfdeel. Dit betekent dat een kind dat dergelijke schenking als voorschot op zijn erfenis heeft ontvangen, deze schenking terug moet ‘inbrengen’ in de nalatenschap en verdelen met alle andere kinderen.

Mocht het toch niet de bedoeling zijn de gelijkheid tussen de erfgenamen te waarborgen dan kan men schenken buiten deel. Maar dan nog kan een ontevreden, misdeelde erfgenaam, eisen dat de zogenaamde ‘fictieve massa’ terug wordt samengesteld om na te kijken of hij niet minder heeft gekregen dan wat de wet voorziet als zijn ‘reservatair erfdeel’. Er wordt dan niet alleen rekening gehouden met de goederen die nog in de nalatenschap aanwezig zijn, maar ook met die goederen die reeds vroeger waren weggeschonken.

Zowel in het geval van ‘inbreng’ (bij schenking als voorschot op erfdeel) als in het geval van ‘inkorting’ (wanneer een reservataire erfgenaam te weinig heeft gekregen) gold tot nu toe de regel dat bij het overlijden van de schenker de geschonken roerende goederen, zoals geld en effecten, niet moeten geherwaardeerd worden ten tijde van het overlijden maar dat er enkel moet rekening gehouden met hun waarde ten tijde van de schenking (zij het dat er ook wel wat correctiemechanismen bestaan bij schending van de reserve). Bij schenking van onroerende goederen daarentegen worden de aanspraken van de erfgenamen uitgeoefend op de goederen ‘in natura’ en dus aan de waarde ten tijde van het overlijden van de schenker.

Gezien de forse stijging van de prijzen van onroerende goederen over de afgelopen 35 jaar was daardoor de begiftigde van een onroerend goed-schenking onherroepelijk de pineut want over lange periodes is dat onroerend goed vaak een veelvoud waard geworden van een som geld die als tegenwaarde werd geschonken aan een ander kind (zelfs al had dat kind daarmee ook onmiddellijk zelf een onroerend goed gekocht).

De nieuwe regels van het erfrecht voorzien nu een radicale wijziging in de waardering van geschonken goederen bij het openvallen van een nalatenschap na 1 september 2018. Vanaf dan worden alle schenkingen in waarde verrekend en niet meer in natura en worden, zowel de roerende als de onroerende goederen, gewaardeerd op het ogenblik van de schenking. De enige waarde-correctie die de wet nu nog voorziet, is een indexatie vanaf het moment van de schenking tot aan het overlijden van de schenker. Dit gebeurt ter compensatie voor het geval schenkingen aan kinderen met grote tussenpozen zouden zijn uitgevoerd.

Het spreekt voor zich dat deze nieuwe regel op een grote instemming werd onthaald in de rechtspraktijk. Veel discussies uit het verleden zullen daardoor niet meer plaatsvinden en dit sluit ook aan bij het rechtvaardigheidsgevoel van diegenen die een schenking in het verleden hebben gedaan.

Uitzonderingen op de regel

Een belangrijke uitzondering op de regel dat vroegere schenkingen moeten gewaardeerd worden ten tijde van de schenking wanneer de schenker komt te overlijden, is wanneer de begiftigde niet meteen kan beschikken over de volle eigendom van de geschonken goederen. Men denkt dan al vlug aan schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik maar ook schenkingen in volle eigendom waarbij de schenker, als last van de schenking, zich het recht voorbehoudt een jaarlijkse som geld op te nemen, vallen daaronder. Wanneer dat het geval is, zal de waarde van de schenking pas worden vastgelegd op het ogenblik dat de begiftigde wel kan beschikken over de geschonken goederen. Dit zal ten laatste plaatsvinden bij het overlijden van de schenker maar dat kan ook vroeger wanneer de schenker bijvoorbeeld reeds vroeger afstand heeft gedaan van zijn vruchtgebruik of van zijn recht op een jaarlijkse uitbetaling van een geldsom.

Van het principe dat de geschonken goederen in de toekomst zullen worden geherwaardeerd op basis van de index der consumptieprijzen kan in principe niet worden afgeweken tenzij er een globale erfovereenkomst wordt gemaakt waarin afstand wordt gedaan van deze indexatie.

Waarom toch nog afwijken van de nieuwe regels?

Als partijen onder de bestaande (oude) wet een evenwichtige regeling hebben uitgewerkt met het oog op de belangen van alle erfgenamen, kan het zijn dat door deze nieuwe wettelijke regels ongewenste gevolgen ontstaan.

Zo zouden ouders aan twee kinderen bijvoorbeeld een gelijk bedrag kunnen hebben geschonken waarbij het jongere kind pas na 10 jaar eenzelfde som heeft gekregen dan het oudere kind. Maar misschien vonden ze dit gerechtvaardigd omdat het jongere kind langer heeft gestudeerd op kosten van de ouders. Door de nieuwe wet zal het bedrag dat het oudste kind moet inbrengen (als er geschonken werd als voorschot op erfdeel), nu moeten geïndexeerd worden en zal het jongere kind bijgevolg aanspraak kunnen maken op een nog groter deel van de nalatenschap.

Of, ouders kunnen aan één van de kinderen de aandelen van de familievennootschap hebben geschonken en aan een ander kind, dat niet geïnteresseerd was om het bedrijf verder te zetten, een som geld die overeenstemde met de waarde van de aandelen. Zowel onder het oude als onder het nieuwe erfrecht vormt dit geen probleem op voorwaarde tenminste dat er in volle eigendom is geschonken. Stel dat de ouders zich het vruchtgebruik op de aandelen van het familiebedrijf hadden voorbehouden, dan ontstaan er wel problemen onder het nieuwe erfrecht! De waardering van de aandelen van het familiebedrijf gebeurt dan immers pas op het ogenblik dat het vruchtgebruik een einde neemt (bij het overlijden van de langstlevende ouder). Ondertussen heeft het kind in kwestie misschien al hard gewerkt om het familiebedrijf te doen groeien en zijn de aandelen veel meer waard geworden door zijn inspanningen maar moet hij deze meerwaarde dan bij het overlijden van de ouders toch delen met zijn broer of zus die geen aandeelhouder was.

Of een laatste voorbeeld: vader heeft drie kinderen waarvan één van hen een aantal jaren geleden al een geldsom heeft ontvangen om een eigen zaak te beginnen. Hij schenkt aan zijn twee andere kinderen een effectenportefeuille zodat ze allemaal op gelijke voet komen te staan maar hij voorziet wel de mogelijkheid om hier nog jaarlijks een bedrag van op te nemen in de mate dat hij het nodig zou hebben. Na 15 jaar overlijdt vader, heeft hij uiteindelijk niets opgenomen in al die jaren en is de portefeuille verdubbeld in waarde. Ingevolge de nieuwe erfregels hadden de kinderen niet de volle beschikkingsmacht (want ze moesten eventueel jaarlijks een som afstaan aan vader) zodat de waardering van de portefeuille niet gebeurt ten tijde van de schenking maar wel bij het overlijden van vader! Het kind dat de som geld had ontvangen kan dan bijgevolg bij de verdeling nog aanspraak maken op een groter deel van de nalatenschap ook al was dat helemaal niet zo bedoeld bij de schenking.

In dergelijke gevallen kan het dus wel aangewezen zijn om de oude inbrengregels van het erfrecht te laten gelden in plaats van de nieuwe en kunnen de schenkers best een verklaring van behoud afleggen. Let wel op: dergelijke verklaring heeft tot gevolg dat alle regels van het oude erfrecht blijven spelen! U heeft niet de keuze om het oude erfrecht slechts op welbepaalde punten te laten spelen en het nieuwe erfrecht op het overige; het is dus een alles-of-niets-verhaal.

De verklaring tot behoud van de oude verrekenings- en waarderingsregels zal in het Centraal Register van Testament (CRT) worden opgenomen. Hierin worden de datum en de identificatiegegevens van de notaris en de schenker vermeld, maar de inhoud blijft (net zoals voor testamenten) geheim: alleen de schenker heeft er toegang toe. Pas na zijn overlijden kunnen de geregistreerde gegevens geraadpleegd worden.

Conclusie

Ook al is de nieuwe erfwetgeving veel evenwichtiger en maakt ze terecht komaf met het bestaande onderscheid in de schenking van roerende en onroerende goederen, toch kunnen er redenen bestaan om de huidige (oude) regeling te prefereren boven de nieuwe. Met name wanneer er geschonken wordt op een wijze dat een begiftigde niet het volledige beschikkingsrecht heeft over de geschonken goederen is grote voorzichtigheid geboden en dienen alle gevolgen goed te worden ingeschat. Het staat nu al vast dat u ook na 31 augustus nog de tijd zal hebben om een ‘verklaring tot behoud’ af te leggen; de exacte datum zal echter nog moeten gestemd worden. We raden u toch aan om deze oefening niet uit te stellen: vergeet immers niet dat indien u onverwacht zou komen te overlijden na 1 september 2018 en u deze verklaring niet heeft afgelegd, de nieuwe erfregels onherroepelijk van toepassing zullen zijn.
















Disclaimer

Dit is een publicatie van Leo Stevens & Cie, een beursvennootschap gereglementeerd door de NBB (Nationale Bank van België) en de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten).

Deze publicatie mag niet beschouwd worden als 'onderzoek op beleggingsgebied' zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 3 juni 2007. Het is een publicitaire mededeling. De wettelijke voorschriften ter bevordering van de onafhankelijkheid van onderzoek op beleggingsgebieden zijn hierop niet van toepassing. Eventuele aanbevelingen zijn niet onderworpen aan een verbod om al voor de verspreiding van onderzoek op beleggingsgebied te onderhandelen.

Deze publicatie mag niet als persoonlijk beleggingsadvies beschouwd worden. Leo Stevens & Cie kan niet garanderen dat de in de publicatie behandelde financiële instrumenten voor u geschikt zijn. Mocht u op basis van deze publicatie overgaan tot een financiële transactie, dan draagt u hier zelf de volledige verantwoordelijkheid voor. Beleggen in financiële instrumenten (zoals aandelen) kan grote risico’s inhouden. Alvorens tot een transactie over te gaan, moet een belegger beschikken over de nodige ervaring en kennis om de eventuele risico’s die gepaard gaan met de transactie ten volle in te schatten, in staat zijn om deze risico’s te dragen waarbij beseft moet worden dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk verloren kan gaan.

Medewerkers van Leo Stevens & Cie kunnen vóór de verspreiding van deze aanbevelingen handelen in het financieel instrument.

Eventuele rendementen die in deze publicatie vermeld werden, zijn gerealiseerd geworden in het verleden. Er is geen garantie dat zij ook in de toekomst behaald zullen worden. Men kan evenmin zeker zijn dat de beschreven scenario’s, verwachtingen en risico’s zullen uitkomen in de realiteit. Zij dienen als indicatief beschouwd te worden. De gegevens die in de publicatie vermeld worden, zijn louter informatief en kunnen aan veranderingen onderhevig zijn. Wisselkoersschommelingen kunnen vooropgestelde resultaten en rendementen beïnvloeden.

De publicatie geeft de analyse weer van de auteur op de vermelde datum. Hoewel de analyse gebaseerd is op volgens de auteur betrouwbare bronnen, kan de correctheid, volledigheid en actualiteit van de gebruikte informatie niet gegarandeerd worden. Leo Stevens & Cie kan nooit aansprakelijk gesteld worden voor de eventuele onjuistheid of onvolledigheid van bepaalde gegevens in deze publicaties.

Niets in deze publicatie mag gereproduceerd worden zonder de voorafgaande uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van Leo Stevens & Cie. Deze publicatie is onderworpen aan het Belgisch recht en aan de uitsluitende rechtsmacht van de Belgische rechtbanken.

Ook de moeite waard

x

zoeken