Menu
PORTFOLIO ACCESS
Het nieuwe erfrecht in werking vanaf 1 september 2018

Het nieuwe erfrecht in werking vanaf 1 september 2018

Zoals reeds aangekondigd in onze nieuwsbrief van januari 2017 werd er na een jarenlange voorbereiding eindelijk een
definitief akkoord gevonden over de hervorming van het erfrecht. Op 1 september van dit jaar is de nieuwe wet dan
in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd en ze zal een jaar later in werking treden, dus vanaf 1 september 2018.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in het erfrecht ?

In een eerdere nieuwsbrief hadden we de krachtlijnen al grotendeels besproken:
• In de toekomst zal een erflater met kinderen over de helft van zijn nalatenschap de volledige vrijheid hebben en komt
slechts de andere helft op dwingende wijze aan de kinderen toe.
• Wanneer iemand kinderloos overlijdt, kunnen de nog in leven zijnde ouders volledig onterfd worden; tot nu toe heeft elke
ouder die nog in leven is recht op een reserve van één/vierde van de nalatenschap. Deze reserve wordt helemaal afgeschaft maar met die correctie dat elke overlevende ouder, in de mate dat deze behoeftig zou zijn, nog wel aanspraak kan maken op een onderhoudsuitkering van maximaal één/vierde van de nalatenschap.
• Om te beoordelen of bij de verdeling van de nalatenschap elk van de kinderen wel voldoende heeft ontvangen, moeten
ook de in het verleden gedane schenkingen worden meegenomen.
Bij de berekening van het erfdeel van de kinderen geldt vandaag de regel dat de waardering van geschonken roerende goederen zal gebeuren aan de waarde op de dag van de schenking terwijl vastgoed wordt gewaardeerd op de dag van overlijden van de schenker, zelfs wanneer dat vastgoed al tientallen jaren vroeger werd geschonken. Vanaf 1 september 2018 zal de waarde van alle schenkingen worden vastgeklikt op het moment van de schenking. Wel wordt er een indexatie voorzien die zal lopen vanaf het moment van elke schenking tot aan het overlijden. Let wel: ingeval er geschonken is geweest door ouders aan de kinderen met voorbehoud van vruchtgebruik voor de ouders, dan zal de inbreng wel gebeuren aan de waarde van de geschonken goederen op het ogenblik van het overlijden van de vruchtgebruiker (of wanneer er afstand wordt gedaan van het vruchtgebruik). Dit kan in praktijk tot zeer ongewenste scheeftrekkingen leiden en in dit geval zou een keuze voor de oude regels opportuun kunnen zijn!

Als kinderen de aantasting van hun reserve inroepen, zal de zogenaamde inkorting op het deel van de ‘overbedeelde’ erfgenaam niet meer kunnen gebeuren ‘in natura’ maar enkel in waarde. Dit betekent dat deze erfgenaam wel het geschonken of gelegateerde goed mag behouden maar hetgeen in waarde teveel is ontvangen, moet vergoeden aan de nalatenschap.

• Er zullen in de toekomsten erfovereenkomsten kunnen worden afgesloten. Zo’n erfovereenkomst kan heel punctueel zijn, bijvoorbeeld dat alle erfgenamen zich akkoord verklaren met de waardering van een geschonken goed. Maar er kunnen ook ‘globale erfovereenkomsten’ worden gesloten waarbij ouders en kinderen in één overeenkomst op een bindende en globale wijze vastleggen hoe de nalatenschap later zal verdeeld worden.
Dit kan zelfs zo ver gaan dat één van de kinderen er mee akkoord gaat om niets meer te krijgen bij de latere verdeling van de erfenis ten voordele van de andere kinderen. Wel moet er een zogenaamd ‘subjectief evenwicht’ vastgesteld worden in de overeenkomst zodat elke partij ten tijde van de overeenkomst deze regeling als ‘rechtvaardig’ of ‘evenwichtig’ ervaart.
Aangezien dergelijke overeenkomst heel belangrijke implicaties kan hebben voor de erfgenamen, kan deze overeenkomst enkel notarieel en minstens één maand na de voorbereidende vergadering hierover getekend worden.
Als aan de bovenvermelde vereisten niet is voldaan (of voor elke erfovereenkomst die niet door de wet is voorzien) wordt deze overeenkomst als absoluut nietig beschouwd. De notaris heeft dus ook een zware verantwoordelijkheid bij het opstellen van dergelijke overeenkomsten.

Ook de zogenaamde ‘generation skipping’ wordt in het nieuwe erfrecht beter en soepeler geregeld dan wat tot nu toe het geval was. Tot nu kon een generatiesprong enkel gebeuren indien een kind volledig afstand deed van zijn deel ten voordele van de kleinkinderen, alles of niets dus. Met de nieuwe wet kan een kind in een erfovereenkomst toestemmen dat zijn eigen kinderen bepaalde goederen toebedeeld krijgen in zijn plaats. Deze toebedeling aan de kleinkinderen zal dan worden aangerekend op het erfdeel van het kind dat toestemt in deze generatiesprong.
Bij dergelijk akkoord zal men dus kijken wat kind en kleinkinderen binnen dezelfde staak heb ontvangen bij de beoordeling of er een gelijke verdeling heeft plaatsgevonden tussen de kinderen.

Wat met beschikkingen die reeds in het verleden hebben plaatsgevonden?
Vanaf 1 september 2018 zullen deze nieuwe regels automatisch in werking treden en zullen deze ook hun invloed hebben op schenkingen die reeds jaren geleden hebben plaatsgevonden. Indien u echter van mening bent dat de waardering van schenkingen en de wijze waarop ze in rekening moeten worden gebracht volgens de ‘oude regels’ moet blijven verlopen, kan u bij de notaris een verklaring tot behoud van deze oude regels afleggen.
U heeft hier echter maar tot 31 augustus 2018 de tijd voor; vanaf 1 september 2018 zullen de nieuwe regels onherroepelijk hun toepassing vinden. Voor de meesten onder ons zullen de nieuwe regels van inbreng en inkorting echter meer beantwoorden aan hun gevoel van billijke verdeling tussen de erfgenamen en het zal dus waarschijnlijk maar een kleine minderheid zijn die daadwerkelijk het behoud van de oude regels wenst.

We wensen hier wel op te wijzen dat indien een schenking heeft plaatsgevonden als voorschot op erfenis en waarbij in de schenkingsvoorwaarden expliciet werd vermeld dat de geschonken tegoeden in de nalatenschap zullen ingebracht worden in natura, de nieuwe wetswijziging hier geen verandering in brengt: nog steeds zullen bij overlijden de geschonken goederen zelf moeten ingebracht worden en gebeurt er dus bij overlijden geen verrekening aan de (geïndexeerde) waarde van de schenking, maar wel aan de waarde bij overlijden.

Nog enkele wijzigingen inzake het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot.
Ook inzake het huwelijksvermogensrecht staat er nog heel wat in de wetgevende steigers. De meerderheidspartijen hebben hier echter nog geen consensus gevonden die kan uitmonden in concrete wetteksten. Toch brengt de nieuwe wet al enkele wijzigingen mee voor wat betreft het erfrecht van de langstlevende echtgenoot.

Wettelijk is voorzien dat bij het overlijden van één van de echtgenoten de langstlevende het vruchtgebruik erft op de ganse
nalatenschap en de kinderen de blote eigendom.

U kan echter testamentair bepalen dat u het erfdeel van de langstlevende beperkt tot de wettelijke reserve; deze bedraagt de helft van de nalatenschap in vruchtgebruik. Tot nu toe werd deze reserve evenredig aangerekend op de reserve van de kinderen als op het beschikbaar deel. De nieuwe wet bepaalt nu dat het vruchtgebruik van de langstlevende steeds prioritair zal worden aangerekend op het beschikbaar deel en zo weinig mogelijk op de reserve van de kinderen.
In het geval van nieuw samengestelde gezinnen kunnen bij een overlijden al vlugger conflicten ontstaan tussen de kinderen van de overledene en de overlevende stiefouder. De nieuwe wet voorziet nu dat wanneer niet-gemeenschappelijke kinderen en de tweede echtgenoot (de stiefouder) tot de nalatenschap worden geroepen, elk van hen -zonder gerechtelijke tussenkomst-een omzetting kan eisen waarbij elk een onverdeeld aandeel krijgt van de nalatenschap in volle eigendom (tenzij in een overeenkomst de omzetting anders wordt geregeld). Het aandeel van elk van de belanghebbende partijen zal worden berekend op basis van de leeftijd van de vruchtgebruiker op het ogenblik van de aanvraag en dit aan de hand van de sterftetabellen die jaarlijks door de Minister van Justitie worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het betreft een zogenaamd buitengerechtelijk omzettingsrecht dat niet voor de rechtbank moet worden afgedwongen en dat verplicht moet worden uitgevoerd met uitzondering echter van de gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad : hier is geen omzetting mogelijk.

Conclusie. De grote lijnen van de nieuwe wet waren reeds een jaar geleden bekend. Nu de wet gepubliceerd is en we weten dat deze op 1 september 2018 definitief in werking treedt, kan eenieder zijn eigen planning al eens overlopen om na te gaan wat de implicaties zijn op de reeds ondernomen stappen en of er in de toekomst nog verdere acties noodzakelijk zijn.
Alle in het verleden gedane schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik verdienen extra aandacht in de beoordeling of een keuze voor de oude regels misschien toch aangewezen is. Actie hiertoe dringt zich dan op vóór 1 september 2018. Wij staan vanzelfsprekend graag tot uw beschikking om u hierover verdere duiding te verschaffen. •

Disclaimer

Dit is een publicatie van Leo Stevens & Cie, een beursvennootschap gereglementeerd door de NBB (Nationale Bank van België) en de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten).

Deze publicatie mag niet beschouwd worden als 'onderzoek op beleggingsgebied' zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 3 juni 2007. Het is een publicitaire mededeling. De wettelijke voorschriften ter bevordering van de onafhankelijkheid van onderzoek op beleggingsgebieden zijn hierop niet van toepassing. Eventuele aanbevelingen zijn niet onderworpen aan een verbod om al voor de verspreiding van onderzoek op beleggingsgebied te onderhandelen.

Deze publicatie mag niet als persoonlijk beleggingsadvies beschouwd worden. Leo Stevens & Cie kan niet garanderen dat de in de publicatie behandelde financiële instrumenten voor u geschikt zijn. Mocht u op basis van deze publicatie overgaan tot een financiële transactie, dan draagt u hier zelf de volledige verantwoordelijkheid voor. Beleggen in financiële instrumenten (zoals aandelen) kan grote risico’s inhouden. Alvorens tot een transactie over te gaan, moet een belegger beschikken over de nodige ervaring en kennis om de eventuele risico’s die gepaard gaan met de transactie ten volle in te schatten, in staat zijn om deze risico’s te dragen waarbij beseft moet worden dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk verloren kan gaan.

Medewerkers van Leo Stevens & Cie kunnen vóór de verspreiding van deze aanbevelingen handelen in het financieel instrument.

Eventuele rendementen die in deze publicatie vermeld werden, zijn gerealiseerd geworden in het verleden. Er is geen garantie dat zij ook in de toekomst behaald zullen worden. Men kan evenmin zeker zijn dat de beschreven scenario’s, verwachtingen en risico’s zullen uitkomen in de realiteit. Zij dienen als indicatief beschouwd te worden. De gegevens die in de publicatie vermeld worden, zijn louter informatief en kunnen aan veranderingen onderhevig zijn. Wisselkoersschommelingen kunnen vooropgestelde resultaten en rendementen beïnvloeden.

De publicatie geeft de analyse weer van de auteur op de vermelde datum. Hoewel de analyse gebaseerd is op volgens de auteur betrouwbare bronnen, kan de correctheid, volledigheid en actualiteit van de gebruikte informatie niet gegarandeerd worden. Leo Stevens & Cie kan nooit aansprakelijk gesteld worden voor de eventuele onjuistheid of onvolledigheid van bepaalde gegevens in deze publicaties.

Niets in deze publicatie mag gereproduceerd worden zonder de voorafgaande uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van Leo Stevens & Cie. Deze publicatie is onderworpen aan het Belgisch recht en aan de uitsluitende rechtsmacht van de Belgische rechtbanken.

Ook de moeite waard

x

zoeken