Menu
PORTFOLIO ACCESS
Wijziging Erfbelasting vanaf 1 september 2018

Wijziging Erfbelasting vanaf 1 september 2018

De Vlaamse erfbelasting, die dus geldt bij het overlijden van inwoners van het Vlaamse Gewest, is milder geworden in een aantal gevallen en zal ook meer aansluiten bij het nieuwe erfrecht. We bespreken hieronder de wijzigingen.

  1. Verlaging tarieven in de zijlijn
Wat het meest in het oog springt is dat het toptarief van 65% dat zowel gold bij de vererving naar broers en zussen, alsook naar alle anderen verdwijnt en er komt een lager ‘starttarief’ bij van 25%. Er zal vanaf nu maximaal 55% erfbelasting moeten betaald worden. Dit gaat ook gepaard met andere verdelingsschijven.

De tarieven die vanaf nu in voege zijn, zijn de volgende:
Broers en zussen Alle anderen
Schijf in euro Tarief erfbelasting Tarief erfbelasting
0 - 35.000 25% 25%
35.000 – 75.000 30% 45%
> 75.000 55% 55%

Let wel op: het tarief ‘alle anderen’ geldt, zoals voorheen, op de globale schijf en niet ‘per kop’ zoals wel het geval is voor erfenissen die naar broers en zussen gaan. Als een broer en een zus bijvoorbeeld elk € 75.000 zouden erven dan betalen ze elk € 20.625 erfbelasting en komen ze niet aan het toptarief van 55%; als een neef en een nicht elk € 75.000 zouden erven dan betalen ze elk € 32.875 want wordt de erfbelasting berekend op een totaalbedrag van € 150.000 zodat €75.000 wel onder het toptarief valt van 55%.
  1. Vrijstelling op de eerste schijf van €50.000 roerende goederen voor de langstlevende partner
In rechte lijn en tussen echtgenoten en samenwonende partners blijven de tarieven hetzelfde:
Schijf in euro Tarief erfbelasting
0 - 50.000 3%
50.000 – 250.000 9%
> 250.000 27%

Wel komt er nu een vrijstelling op de eerste schijf van €50.000 aan roerende goederen die de langstlevende partner erft en deze vrijstelling komt bovenop de vrijstelling van erfbelasting voor de gezinswoning in hoofde van de langstlevende. Dit komt dus neer op een bijkomend bedrag van €1.500 dat minder moet betaald worden door de langstlevende partner.
  1. Nieuwe vrijstelling voor jongeren die beide ouders verloren hebben
Voor kinderen en alle anderen in rechte lijn komt er in principe geen vrijstelling: zij betalen wel op de eerste schijf van € 50.000 en betalen ook erfbelasting op wat ze erven van de gezinswoning.
Als een kind echter zijn beide ouders verliest voor de leeftijd van 21 jaar, krijgt het nu een vrijstelling van erfbelasting op de gezinswoning én op de eerste schijf van € 75.000.

Erfenissprong op initiatief van de erfgenamen wordt niet meer dubbel belast

Een kind kan zijn nalatenschap verwerpen zodat zijn eigen kinderen (de kleinkinderen) in zijn plaats komen.
Alhoewel dit normaliter voordelig zou moeten zijn als het verwerpende kind in kwestie zelf meerdere kinderen heeft (omdat er dan meer erfgenamen in rechte lijn zijn waarover de erfenis wordt verdeeld en men dus minder vlug in hogere schijven valt), heeft het toch tot 24 december 2017 geduurd vooraleer dit werkelijk aanleiding gaf tot een fiscaal voordeel. Van te voren gold immers de regel dat als een kind verwerpt ten voordele van meerdere kleinkinderen, dat die kleinkinderen dan samen toch hetzelfde bedrag aan erfbelasting waren verschuldigd alsof hun ouder niet had verworpen. Deze fiscaal nadelige regel geldt trouwens nog steeds in Wallonië en Brussel.

Met ingang van 1 september 2018 wordt in Vlaanderen nu ook de mogelijkheid voorzien tot fiscaal voordelige gedeeltelijke of flexibele erfenissprongen. Een erfgenaam kan nu, binnen het jaar na het overlijden van de erflater (een deel van) de erfgoederen doorschenken aan de eigen kinderen zonder dat de kinderen daarop nog ooit erf- of schenkbelasting zullen verschuldigd zijn. Als voorwaarde geldt wel dat de erfgenaam die de schenking doet, zelf erfbelasting heeft betaald op deze goederen en dat deze goederen via notariële akte geschonken worden waarin om deze vrijstelling wordt gevraagd. De goederen moeten door de schenking ook onmiddellijk in volle eigendom overgaan naar de kinderen en mogen niet onderworpen zijn aan een termijn of een opschortende voorwaarde.

Het ‘voortgezet’ vruchtgebruik in hoofde van de langstlevende wordt onderworpen aan erfbelasting

Het nieuwe erfrecht voorziet nu dat de langstlevende echtgenoot een ‘voortgezet vruchtgebruik’ ontvangt op goederen die de overleden echtgenoot heeft geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik (nieuw artikel 858bis §3 B.W.).
Concreet betekent dit dat als iemand een schenking doet voor de blote eigendom aan de kinderen maar voor zichzelf het vruchtgebruik voorbehoudt, dit vruchtgebruik onder het nieuwe erfrecht niet meer uitdooft bij het overlijden van de schenker maar bij de langstlevende echtgenoot zal terecht komen, zelfs als het een volgens het huwelijksvermogensrecht eigen goed van de overledene betrof. Vereist is wel dat de echtgenoot op het tijdstip van de schenking al gehuwd was met de schenker.

Vlaanderen heeft nu wel bepaald dat deze nieuwe rechtsfiguur van het voortgezet vruchtgebruik zal onderworpen worden aan erfbelasting in hoofde van de verkrijgende langstlevende echtgenoot. Als het voortgezet vruchtgebruik zou gelden op de gezinswoning dan geldt natuurlijk wel een vrijstelling van erfbelasting.

Maar vrijstelling voor het successief of terugvallend vruchtgebruik

Sinds geruime tijd geldt in Vlaanderen de regel dat alle schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker, worden beschouwd als een legaat en aan successierechten zijn onderworpen.
Het betreft een zogenaamd ‘fictieartikel’ omdat dit burgerrechtelijk geen deel uitmaakt van de nalatenschap (maar uitvoering krijgt als modaliteit van een schenking) maar door de fiscus toch bij die nalatenschap wordt geteld voor de berekening van de erfbelasting.

Een vervelend ‘neveneffect’ daarvan was wel dat als echtgenoten een schenking doen van roerende goederen aan hun kinderen en voorzien dat de langstlevende onder hen zal blijven genieten van dit (volledige) vruchtgebruik dat dit ingevolge dit artikel ook als een legaat voor het vruchtgebruik werd beschouwd en dus aan erfbelasting werd onderworpen. Daar is Vlaanderen nu terug van afgestapt en heeft expliciet bepaald dat dit terugvallend vruchtgebruik in het voordeel van de langstlevende niet meer onderworpen wordt aan erfbelasting.

Erfovereenkomsten geven geen aanleiding tot heffing van schenkbelasting tenzij de partijen dit zelf wensen

De nieuwe erfwet geeft de mogelijkheid tot het opmaken van erfovereenkomsten om te vermijden dat er later ruzie zou ontstaan tussen erfgenamen. In het kader daarvan zal er ook vaak melding worden gemaakt van schenkingen die in het verleden hebben plaatsgevonden. De Vlaamse erfbelasting bepaalt nu dat het louter vermelden van een vroegere niet-geregistreerde schenking, zoals een hand- of bankgift of een schenking voor Nederlandse notaris, geen aanleiding geeft tot het heffen van schenkbelasting, zelfs niet indien die schenking nog maar recent zou hebben plaatsgevonden. Het is enkel wanneer partijen naar aanleiding van die erfovereenkomst een niet-geregistreerde schenking alsnog zouden willen registreren (om bijvoorbeeld de zogenaamde driejaarstermijn af te kopen) of wanneer ze in de erfovereenkomst nog een bijkomende schenking zouden willen realiseren, dat er wel aanleiding zal zijn tot het heffen van een schenkbelasting.

Besluit

Aan de wijzigingen in het erfrecht werd (terecht) heel veel ruchtbaarheid gegeven omdat dit toch een invloed zal hebben bij heel wat overlijdens, zeker wanneer er voorafgaand schenkingen hebben plaatsgevonden. Aan de wijzigingen van de erfbelasting in Vlaanderen werd heel wat minder inkt verspild maar ook hier wijzigt er toch wel heel wat en meestal ten gunste van de erfgenamen. Zo zullen erfgenamen in de zijlijn maar ook de langstlevende partner (iets) minder erfbelasting dienen te betalen en wordt de Vlaamse erfbelasting ook aangepast aan de nieuwe ontwikkelingen in het erfrecht.
Het is daarom niet toevallig dat de wijzigingen in de erfbelasting ingaan op de datum van inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht. Zoals in alle evoluties in de erf- en schenkbelasting heeft Vlaanderen hier weer het voortouw genomen en huppelen Brussel en Wallonië achterop. Hopelijk maken deze gewesten ook eens werk van een mildering van hun successierechten waar de vroegere federale ‘onteigeningstarieven’ van 70% en 80% in de zijlijn nog steeds van toepassing blijven.

Disclaimer

Dit is een publicatie van Leo Stevens & Cie, een beursvennootschap gereglementeerd door de NBB (Nationale Bank van België) en de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten).

Deze publicatie mag niet beschouwd worden als 'onderzoek op beleggingsgebied' zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 3 juni 2007. Het is een publicitaire mededeling. De wettelijke voorschriften ter bevordering van de onafhankelijkheid van onderzoek op beleggingsgebieden zijn hierop niet van toepassing. Eventuele aanbevelingen zijn niet onderworpen aan een verbod om al voor de verspreiding van onderzoek op beleggingsgebied te onderhandelen.

Deze publicatie mag niet als persoonlijk beleggingsadvies beschouwd worden. Leo Stevens & Cie kan niet garanderen dat de in de publicatie behandelde financiële instrumenten voor u geschikt zijn. Mocht u op basis van deze publicatie overgaan tot een financiële transactie, dan draagt u hier zelf de volledige verantwoordelijkheid voor. Beleggen in financiële instrumenten (zoals aandelen) kan grote risico’s inhouden. Alvorens tot een transactie over te gaan, moet een belegger beschikken over de nodige ervaring en kennis om de eventuele risico’s die gepaard gaan met de transactie ten volle in te schatten, in staat zijn om deze risico’s te dragen waarbij beseft moet worden dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk verloren kan gaan.

Medewerkers van Leo Stevens & Cie kunnen vóór de verspreiding van deze aanbevelingen handelen in het financieel instrument.

Eventuele rendementen die in deze publicatie vermeld werden, zijn gerealiseerd geworden in het verleden. Er is geen garantie dat zij ook in de toekomst behaald zullen worden. Men kan evenmin zeker zijn dat de beschreven scenario’s, verwachtingen en risico’s zullen uitkomen in de realiteit. Zij dienen als indicatief beschouwd te worden. De gegevens die in de publicatie vermeld worden, zijn louter informatief en kunnen aan veranderingen onderhevig zijn. Wisselkoersschommelingen kunnen vooropgestelde resultaten en rendementen beïnvloeden.

De publicatie geeft de analyse weer van de auteur op de vermelde datum. Hoewel de analyse gebaseerd is op volgens de auteur betrouwbare bronnen, kan de correctheid, volledigheid en actualiteit van de gebruikte informatie niet gegarandeerd worden. Leo Stevens & Cie kan nooit aansprakelijk gesteld worden voor de eventuele onjuistheid of onvolledigheid van bepaalde gegevens in deze publicaties.

Niets in deze publicatie mag gereproduceerd worden zonder de voorafgaande uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van Leo Stevens & Cie. Deze publicatie is onderworpen aan het Belgisch recht en aan de uitsluitende rechtsmacht van de Belgische rechtbanken.

Ook de moeite waard

x

zoeken