In een vorige editie van dit magazine blikten we terug op de lange (en weinig doeltreffende) geschiedenis van Amerikaanse handelstarieven, over verschillende sectoren. Deze keer onderzoeken we hoe de huidige handelspolitiek de wereldeconomie beïnvloedt. De bedoeling is om in te zoomen op een aantal recente
ontwikkelingen, de reacties van verschillende landen waarbij we een inschatting maken van de lange termijn impact op mondiale handelsstromen, investeringen en economische groei.
Motieven achter Amerikaanse handelstarieven
De redenen om handelstarieven in te voeren lopen sterk uiteen. Overheden gebruiken ze onder meer om bepaalde binnenlandse industrietakken te beschermen of als drukkingsmiddel in geopolitieke onderhandelingen. In het geval van de Verenigde Staten lijkt de focus echter vooral te liggen op een correctie van de handelsbalans door het verkleinen van het handelstekort en het opvangen van de oplopende begrotingstekorten. Die tekorten waren al aanzienlijk en zijn de voorbije jaren verder toegenomen door de vele belastingverlagingen die onder president Trump werden doorgevoerd.

Directe economische gevolgen
De invoering van éénzijdige handelstarieven heeft meteen gevolgen voor de wereldeconomie. Sommige gevolgen liggen voor de hand.
Zo raken mondiale toeleveringsketens verstoord omdat veel bedrijven afhankelijk zijn van internationale leveranciers. Door de invoering van tarieven moeten bedrijven noodgedwongen op zoek naar alternatieve leveranciers, wat leidt tot hogere productiekosten.
Daarnaast reageren handelspartners zoals de Europese Unie, China en Canada vaak met eigen tarieven, als vergelding. Dit veroorzaakt een verdere escalatie van handelsconflicten, wat uiteindelijk resulteert in een afname van de internationale handel.
Ten slotte krijgen Amerikaanse bedrijven en consumenten te maken met hogere prijzen voor geïmporteerde goederen. Dit zorgt voor inflatie en een daling van de koopkracht, omdat importeurs hun extra kosten doorrekenen aan de eindgebruiker.
Immers, doordat bijna alle producten uit het buitenland een stuk duurder werden, zijn ook de prijzen in de Verenigde Staten gestegen. Dit in tegenstelling tot wat President Trump initieel beloofde. Het Witte Huis hoopte met de heffingen dat Amerikaanse producten namelijk aantrekkelijker zouden worden. Bovendien gingen ze er ook van uit dat de kosten voornamelijk gedragen zouden worden door de buitenlandse bedrijven. Een invoerheffing wordt altijd betaald door een importeur, maar een exporterend bedrijf zou ervoor kunnen kiezen de prijs iets te verminderen zodat het product niet opeens heel veel duurder is in de VS. In de praktijk blijkt dit nu echter nauwelijks te gebeuren.
In december werd het leven in de VS 2,7% duurder vergeleken met een jaar eerder. In januari zakte dit percentage naar 2,4%. Dat is nog steeds hoger dan het volgens economen vooropgestelde ideaal niveau van 2%. Toch is het ook geen schokkende inflatiestijging en daarmee lijkt de impact van de heffingen dus nog mee te vallen.
Goederen stijgen veel forser in prijs dan diensten. Ongeveer 70% van het BBP in de VS komt echter uit diensten. Als de heffingen niet waren ingevoerd dan zat de Amerikaanse inflatie vermoedelijk wel al rond de 2%. Ook de aanhoudende dalingen in huurprijzen in de VS, een niet onbelangrijke component in de inflatiedata in de VS, zorgen ervoor dat het globale inflatiecijfer onder controle blijft (zie grafiek 1A en 1B).

Bovendien zijn er eind dit jaar ook tussentijdse verkiezingen in de VS. Heel veel ruimte voor extra heffingen en prijsverhogingen is er niet, zeker niet omdat één van de verkiezingsbeloftes van Trump was om het leven voor de modale Amerikaan terug goedkoper te maken. Daarom concentreert de Trump-administratie zich nu vooral op de producten die relevant zijn voor de meeste consumenten. Een verdere daling van de populariteit van de president en zijn partij kunnen ze nu wel missen als kiespijn. Om deze redenen verlaagde Trump eind vorig jaar
dan ook de heffingen op producten als bananen en koffie uit Brazilië.
Industriële en sectorale impact
De impact van Amerikaanse handelstarieven verschilt sterk van sector tot sector. Zo heeft de landbouwsector bijvoorbeeld, sterk geleden onder Chinese vergeldingsmaatregelen. Amerikaanse boeren zagen hun exportmarkten krimpen, wat leidde tot lagere inkomens en een behoefte aan overheidssubsidies. In de technologie- en auto-industrie zorgen tarieven voor hogere productiekosten, waardoor Amerikaanse bedrijven hun concurrentiepositie verliezen ten opzichte van internationale spelers.
Ook buitenlandse bedrijven ondervinden hinder. Europese en Aziatische producenten die goederen naar de VS exporteren, worden geconfronteerd met lagere vraag en hogere kosten. Dit heeft gevolgen voor werkgelegenheid en investeringen in hun eigen landen.
“De redenen om handelstarieven in te voeren lopen sterk uiteen. Overheden gebruiken ze onder meer om bepaalde binnenlandse industrietakken te beschermen of als drukkingsmiddel in geopolitieke onderhandelingen.“
Geopolitieke gevolgen
Amerikaanse handelstarieven bevatten bovendien een sterke geopolitieke component. De tarieven op Chinese goederen zijn een reactie op vermeende oneerlijke handelspraktijken en diefstal van intellectuele eigendom. Dit heeft geleid tot een escalatie van spanningen tussen de VS en China, met gevolgen voor het globale evenwicht.
De handel tussen de VS en China, die al onder druk stond, is nog verder afgenomen (zie grafiek 2). Interessant om aan te stippen is ook dat veel producten uit China hun weg nu nog meer richting Europa vinden. Dit is een evolutie die moet bewaakt worden aangezien niemand op het oude continent er baat bij heeft overspoeld te worden met goedkope producten.
Tegelijkertijd zien we dat heel wat landen en regio’s zoals de EU, proberen te bemiddelen of alternatieve handelsroutes ontwikkelen.
Financiële markten en investeringsstromen
Handelstarieven hebben in principe een directe impact op de financiële markten. De onzekerheid rond handelsconflicten leidt tot volatiliteit op aandelenbeurzen, dalende investeringen en een vlucht naar
veilige havens zoals staatsobligaties van ‘veilige landen’ en goud. Internationale investeerders worden terughoudender, wat de mondiale kapitaalstromen beïnvloedt. Tegelijkertijd is het opvallend dat na de initiële schok in april vorig jaar, de markten zich goed hersteld hebben. Op dit moment ligt de focus duidelijk meer bij het conflict in Iran dan alles wat met een handelsoorlog te maken heeft.
Reacties van handelspartners
De meeste handelspartners stelden zich eerder terughoudend op tegenover de VS in het nemen van tegenmaatregelen.
China durfde wel agressief te zijn en voerde bijvoorbeeld tarieven in op Amerikaanse landbouwproducten, terwijl de EU extra heffingen oplegde op Amerikaans staal en aluminium om een hefboom te krijgen om tot een onderhandelde oplossing te komen die ‘verteerbaar’ is voor Europa. Deze tit-for-tat-strategie leidt tot een vicieuze cirkel van escalatie, waarbij de mondiale handel stagneert en het vertrouwen in het internationale handelssysteem afneemt.
Naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen door de beslissing van het Amerikaanse Hooggerechtshof (hierover verder meer) zien we ook dat het Europees Parlement de goedkeuring van het eerder onderhandelde tarievenakkoord voorlopig heeft opgeschort.
Door de nieuwe Amerikaanse maatregelen zal het gemiddelde tarief op Europese export naar de VS stijgen van 11,7% naar ongeveer 12,5%. Sommige landen proberen ook hun afhankelijkheid van de Amerikaanse markt te verminderen door nieuwe exportmarkten te zoeken en hun eigen industrieën te versterken. Dit kan op lange termijn leiden tot een verschuiving van handelsstromen en een herstructurering van de mondiale economie.
Amerikaanse Hooggerechtshof
De verrassing kwam er echter op 20 februari van dit jaar nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof een historische uitspraak deed in de zaak Learning Resources, Inc. v. Trump.
De kern van de beslissing is dat de president niet de wettelijke bevoegdheid heeft om op eigen houtje brede handelstarieven op te leggen via de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) van 1977.
Het Hof oordeelde met een meerderheid van 6 tegen 3 dat de tarieven onwettig zijn. Opvallend was dat de conservatieve opperrechter John Roberts en de door Trump zelfbenoemde rechters Neil Gorsuch en Amy Coney Barrett zich aansloten bij de progressieve vleugel van het Hof.
De kern van het argument: het Hof stelde dat het heffen van belastingen en tarieven (“power of the purse”) volgens de Grondwet exclusief toebehoort aan het Congres. De tekst van de IEEPA staat de president toe om handel te “reguleren” tijdens een noodtoestand, maar volgens het Hof betekent dat niet dat hij onbeperkte importheffingen mag introduceren.
Dit arrest heeft onmiddellijke gevolgen: de zogenaamde “Liberation Day”-tarieven, een universele basisheffing van 10% die in 2025 werd ingevoerd, zijn door deze uitspraak onmiddellijk ongeldig verklaard. Daarnaast zijn ook de reciproque, oftewel wederkerige, tarieven die specifiek werden opgelegd aan landen met een handelsoverschot, van tafel geveegd. Tot slot heeft het Court of International Trade op 5 maart 2026 geoordeeld dat de Amerikaanse overheid een bedrag van ongeveer 130 miljard tot 175 miljard USD aan al geïnde tarieven moet terugbetalen aan Amerikaanse importeurs, en dit inclusief rente.
President Trump reageerde fel op de uitspraak van het Hof. Hij noemde de beslissing een “schande voor het land” en uitte specifiek scherpe kritiek op de door hem benoemde opperrechters Gorsuch en Barrett.
Zoals de meeste analisten hadden voorspeld, probeert de regering echter alweer omwegen te vinden.
“Ondertussen onderzoekt de regering of ze sectie 122 van de Handelswet van 1974 kan gebruiken. Op basis daarvan zou de regering tijdelijke tarieven kunnen opleggen, voor maximaal 150 dagen, zonder dat daar een rechter aan te pas komt.
De tarieven op staal en aluminium, die zijn gebaseerd op nationale veiligheid, blijven voorlopig van kracht, omdat deze onder sectie 232 vallen. Ondertussen onderzoekt de regering of ze de Handelswet van 1974 kan inzetten, door te kijken naar sectie 122 van deze wet. Op basis daarvan zou de regering tijdelijke tarieven kunnen opleggen, voor maximaal 150 dagen, zonder dat daar een rechter aan te pas komt.
De uitspraak zorgde voor een korte rally op de aandelenmarkten, vooral bij bedrijven die sterk afhankelijk zijn van internationale toeleveringsketens (zoals de tech- en retailsector), omdat de vrees voor een escalerende handelsoorlog en hogere consumentenprijzen tijdelijk is afgenomen.
Tegelijkertijd is de onzekerheid opnieuw toegenomen. Heel wat bedrijven vragen zich af hoe het zit met de onterecht betaalde bedragen en welke tarieven nu wel nog van toepassing zullen zijn of zullen standhouden.
Een Amerikaanse rechter hield recent een besloten bijeenkomst met een aantal overheidsadvocaten om een plan uit te werken om tot 175 miljard dollar aan onterecht geïnde importtarieven terug te betalen. De rechter wil een systeem creëren waarmee ongeveer 330.000 importeurs automatisch hun geld kunnen terugkrijgen, zonder dat iedereen apart naar de rechtbank moet.
Het probleem is dat de Amerikaanse douane, U.S. Customs and Border Protection, zegt dat haar huidige
systemen niet geschikt zijn om zulke enorme bedragen terug te betalen. De dienst meldt dat het proces betrekking heeft op 175 miljard dollar aan tarieven, verspreid over 53 miljoen zendingen. Hierdoor kan de afhandeling meerdere maanden tot zelfs jaren in beslag nemen.
Toekomstperspectief en aanbevelingen
Dat we in onzekere tijden leven, hoeft nauwelijks nog gezegd. De tijd dat de VS een baken van vrijhandel en
rechtszekerheid waren, is ondertussen ook al even voorbij. De beslissing van het Hooggerechtshof is wel een lichtpuntje voor iedereen die nog gelooft in de rechtsstaat: het systeem van ‘checks and balances’ blijkt (voorlopig?) nog te werken. De toekomst van Amerikaanse handelstarieven en hun impact op de
wereldeconomie blijft echter onzeker want de kans lijkt erg groot dat de VS haar protectionistische beleid zal
verderzetten. Tegelijkertijd groeit de vraag of de VS zich niet enorm in haar eigen voet aan het schieten is: heel
wat landen en economische blokken zijn nu in sneltreinvaart bezig om alternatieve handelsroutes te vinden,
weg van de VS.
Het is duidelijk dat handelstarieven, hoewel ze op korte termijn binnenlandse belangen kunnen beschermen, op lange termijn de mondiale economische groei, innovatie en stabiliteit ondermijnen. We lijken nu eerder in een lose/ lose game te zitten waar iedereen op termijn slechter van wordt. Een evenwichtig handelsbeleid, gebaseerd op internationale samenwerking en transparantie, is essentieel om de negatieve gevolgen te beperken en een duurzame groei van de wereldeconomie te waarborgen.
Voor bedrijven is het essentieel om flexibel te blijven, alternatieve markten te verkennen en supply chains te
diversifiëren. Overheden zullen verder moeten inzetten op internationale samenwerking en het versterken
van multilaterale handelsakkoorden. Alleen door een gezamenlijke aanpak kan de negatieve impact van de
handelstarieven worden beperkt.
FAQ
Handelstarieven zijn belastingen op geïmporteerde goederen. Overheden gebruiken ze om binnenlandse industrieën te beschermen, het handelstekort te verkleinen of als strategisch middel in geopolitieke onderhandelingen. In de Verenigde Staten ligt de nadruk momenteel vooral op het corrigeren van handels- en begrotingstekorten.
Handelstarieven verstoren internationale handelsstromen en zorgen voor hogere kosten binnen wereldwijde toeleveringsketens. Ze leiden vaak tot vergeldingsmaatregelen van andere landen, waardoor de wereldhandel afneemt en economische groei onder druk komt te staan.
Ja, handelstarieven zorgen doorgaans voor hogere prijzen. Importeurs berekenen de extra kosten vaak door aan consumenten, wat kan leiden tot inflatie en een daling van de koopkracht. Vooral goederen worden duurder, terwijl diensten minder direct worden beïnvloed.
De impact verschilt per sector. Landbouw, industrie en technologie worden vaak zwaar getroffen door zowel hogere kosten als buitenlandse tegenmaatregelen. Exportgerichte bedrijven zien hun concurrentiepositie verslechteren, terwijl importafhankelijke sectoren te maken krijgen met stijgende productiekosten.
Op lange termijn zorgen handelstarieven voor meer onzekerheid, lagere investeringen en verschuivingen in wereldwijde handelsstromen. Bedrijven worden gedwongen hun supply chains te herstructureren en nieuwe markten te zoeken. Voor investeerders betekent dit meer volatiliteit en een grotere focus op risicospreiding.